• darkblurbg
    Project
    Ravelijn de Groene Jager

De Spaanse bezetting

Na de Spaanse bezetting gaat de stad Goes in 1577 over naar de Prins van Oranje. Op aandringen van Prins Maurits worden vanaf 1586 verbeteringen aan de vestingwerken aangebracht. Onderdeel van deze verbeteringen is de aanleg van ravelijnen aan de westzijde van de stad. Na deze aanleg verandert er aan de westzijde van de stad tot in de 19e eeuw niet veel. In 1845 wordt Goes als vesting in s’lands verdediging opgeheven. Spoedig daarna worden stadspoorten gesloopt, vestigwerken geslecht en gedeelten van grachten gedempt. De ravelijnen worden tot stadsplantsoenen getransformeerd. Tot uitgebreide bebouwing op het Ravelijn, het huidige Ravelijn de groene Jager, komt het in de 19e eeuw niet. De kadestrale kaart uit 1832 toont op Het Ravelijn slechts 1 (renteniers-)woning. Pas begin de 20e eeuw vindt de eerste nieuwe bebouwing van het Ravelijn plaats in de vorm van de Rijks Landbouw winterschool(1913)

Ontwerp Rijkskantoren

In het ontwerp voor de Rijkskantoren uit 1913 kiest Gemeente bouwmeester en architect F.G.C. Rothuizen een wat meer eigentijdse stijl dan de ambachtelijke overgangsstijl van de kort daarvoor ontworpen Rijks Landbouw winterschool op het Ravelijn. Het ontwerp voor de Rijkskantoren toont invloed van het rationalisme dat in de grote steden al jaren eerder, voor de eeuwwisseling, opkomt.

Op het voorlopig ontwerp uit april 1913 wordt nog een wijziging doorgevoerd in de vorm van een balkon en op zowel de begane grond als de verdieping 2 openslaande deuren in plaats van vensters aan de linker zijgevel.

Het uiteindelijke ontwerp biedt over twee bouwlagen plaats aan ‘de bewaarder der hypotheken, en het kadaster, inspecteur en ontvanger der registratie en vermogensbelasting, de ontvanger der directe belastingen, de landmeters, tekenaar en alle ambtenaren aan deze takken van dienst verbonden’ (aldus de Goesche Courant van 12 maart 1914 naar aanleiding van de opening van het gebouw) Voor de verschillende takken van dienst zijn 2 aparte ingangen voorzien. In het grote kantoor lokaal voor hypotheken links op de begane grond is voorzien in een brandvrije kluis. Voor de chefs van de verschillende afdelingen zijn aparte kantoren voorzien. De zolder is bestemd voor oude archiefstukken en daartoe ingedeeld in diverse kleinere ruimten. De inwonende conciërge heeft zijn woning in de kamer rechts achterin op de begane grond en in de aanbouw terwijl op de verdieping rechts achterin en op zolder zijn slaapkamers zijn voorzien.

Technisch is het nieuwe gebouw geheel bij de tijd. Mede uit brandveiligheidsoverwegingen worden de verdieping vloeren in beton uitgevoerd die in de kantoorruimten zijn gedekt met Amerikaans grenen vloeren en in de gangen met terrazzo vloeren. Gebruik maken van de mogelijkheden die de nieuwe watertoren ( 1912-1913) en het waterleidingnetwerk in de stad bieden, wordt het gebouw voorzien van moderne en hygiënische watergespoelde toiletten en urinoirs. De verwarming wordt verzorgd door een centraal verwarmingssysteem met radiatoren en een gietcokes gestookte ketel in de kelder.

Start Bouw

Op 27 juni 1913 start aannemer A. de bruine uit Goes met de bouw. De verwarmingsinstallatie wordt uitgevoerd door de firma Slotboom en zn uit Den Haag. In verband met het betonwerk is de Koninklijke Rotterdamse Betonijzer Maatschappij (v.h. va Waning en Co) aangetrokken.

Als het gebouw in 1914 wordt opgeleverd is in elektrisch licht nog niet voorzien. Naast gasverlichting is men op daglicht via de grote vensters aangewezen. De aanbesteding en gunning aan firma H.P. van der Hell en zn voor het ‘aanbrengen van elektrische lichtleidingen in het gebouw ‘Rijkskantoren, te Goes’ vindt pas in oktober 1930 plaats. (Bron: De Zeeuw, 27-10-1930)  Wel krijgt de firma H.P. van der Hell in april 1914 opdracht voor een volledige lichtinstallatie aan de Rijkskantoren (Nieuwe Zeeuwse Courant 25-4-1914). Sinds 1914 is er in het interieur een aantal verbouwingen uitgevoerd die veelal het verplaatsen van deuropeningen, het samenvoegen van ruimten en het plaatsen van tussenwanden betreffen. Ingrijpender was de bouw van een verdieping op een deel van de conciërge- woning aanbouw en de bouw van een kantoorvleugel aan de rechter zijgevel omstreeks 1920.

Omstreeks 1935 vind een 2e uitbreiding plaats. Het betreft hier een uitbreiding met kantoorruimten aan de rechterzijgevel; van voorgevel tot conciërge- woonkamer. Ook hierbij is materiaaltoepassing van de bestaande bouw gevolgd.

De uitbreiding is voorzien van houten vloeren en vlakke gestukadoorde wanden en plafond. De in 3 gevels geplaatste nieuwe vensters zijn geheel vergelijkbaar met de oorspronkeleijke vensters in het gebouw. Evenals in de hoofdbouw zijn hier zowel schuiframen als vensters met vast onderraam en valbovenraam toegepast.

Na 1935 hebben geen uitbreidingen meer plaats gevonden.  Verbouwingen bleven beperkt tot inpandige wijzigingen aan scheidingswanden, verplaatsen en dichtzetten van deuropeningen en het maken van nieuwe doorgangen en verbindingen.

Het meest recent, uit de afgelopen decennia, zijn diverse verbouwingen tot kleinere kantooreenheden onder meer uit de tijd toen het gebouw, na het vertrek van de Rijksdiensten in 1992, een algemeen kantoor verzamelgebouw was geworden. De verbouwingen betreffen het indelen van de zolder in vergader, kantoor en kantine ruimten, het maken van een portaal op de verdieping en het maken van een  groot aantal kleinere (kantoor) ruimte door middel van gipsplaatwanden op de begane grond.